Spring naar content

Verborgen Verhalen rondleiding

Crossarts x Speelhuis

Datum dinsdag 18 april vanaf 19.45 uur

Wat speelde zich af in Het Speelhuis van de Nassaus in de 17e eeuw? En hoe inspireert ons dat voor de toekomst van het Havenkwartier? Ga mee op ontdekking langs de Speelhuislaan!

Deze speurtocht hoorde bij het eerste CrossArts Kunstcafé afgelopen 18 april en wordt mede mogelijk gemaakt door de Archeologische Dienst van de gemeente Breda en de ondernemers aan de speelhuislaan.

Breda Eethuis, Twins kappers, Belcrum Barberschop, Salon Blend, Kinderboekentuin, Dé spellenwinkel en De Veestallen.

 

 

Locatie 1 – Opgraving fundering speelhuis in 2009 – Naast Podium Bloos/ Speelhuislaan 151

 

  • Foto’s gemaakt tijdens de opgraving in 2009 gemaakt door Edwin Wiekens. Dit is dezelfde fotograaf die ook vanavond foto’s maakt van ons Plattegrond van het speelhuis en de hoeve door E.P.J. Wolf uit 1938. (Stadsarchief Breda, Collectie De Wolf, IV, 11 inv. nr. 7)

 

Opgravingen aan de speelhuislaan

 

Op oude kaarten van Breda en prenten uit de 17e eeuw is het speelhuis goed terug te vinden. In beschrijvingen wordt gesproken over een achthoekig gebouw met een diameter van ongeveer 15 meter. Met een kelder en een aparte toren met trap naar de twee verdiepingen met een klein torentje of lantaren op het dak. Ook was bekend dat na 200 jaar het speelhuis in verval was geraakt en in 1824 is het gesloopt. Wat zou er nog terug te vinden zijn van het speelhuis onder de grond? Van 6 tot en met 8 mei 2009 werd ert onderzoek gedaan door de Archeologische dienst van de gemeente Breda. Toen werd een ring van gemetselde bakstenen gevonden dat te zien is op deze foto’s. Dit ringvormige bakstenen fundament heeft gediend als fundering de traptoren van het speelhuis.

 

Binnenin het fundament was een gat aanwezig van 110 centimeter diep. Dit verdiepte gat is waarschijnlijk een kleine koelkelder geweest. Dit zeer kleine keldertje kan gebruikt zijn om eten koel te bewaren. Een middeleeuwse koelkast. Door het toevoegen van blokken ijs in de winter konden de temperatuur in deze ruimte zeer lang laag worden gehouden. Bij het Breda’s Eethuis even verder op kun je zien wat er werd opgegraven

 

 

Locatie 2 – Breda’s Eethuis – Gevonden restanten van het oude speelhuis

 

Dit zijn de restanten die in 2009 zijn opgegraven uit de fundering van het speelhuis. De vondsten bestonden uit dakleien, tegels, vensterglas, fragmenten, spijkers, aardewerk, en een drinkglas en een pijpje. Het aardewerk en het glas komt uit de 17e eeuw, wat overeenkomt met de periode waarin het speelhuis in gebruik was. Bijzonder is het kleine fragment van een gekleurde majolica tegel. Op de tegels is met groen en oranje een motief van oranjeappels en goudsbloemen te zien, in het donkerblauw en wit motief. Tegels met dezelfde beschildering zijn ook gevonden zijn bij opgravingen op het kasteel van Breda.

Het is lastig om aan de hand van deze vondsten je voor te stellen hoe het speelhuis eruit heeft gezien. Aan de hand van oude tekeningen en beschrijvingen in rekeningen die bewaard zijn gebleven kunnen we ons wel een voorstelling maken. Het speelhuis had acht zijden en op het dak staat steeds een klein torentje / de lantaarn. In rekeningen wordt gesproken over 88 ramen en gebrandschilderde ramen. Inclusief de kelder had het vier bouwlagen. Van het interieur is uit de rekeningen bijna niets bekend en ook niet uit latere verslagen of van tekeningen. Hoe de ruimtes er binnen hebben  gezien blijft aan ieders fantasie.

Bij Salon Blend aan de overkant kan je zien hoe de omgeving van het speelhuis er 400 jaar geleden uit zag.

 

 

Locatie 3  – Salon Blend – De Belcrum 400 jaar geleden

  • Detail Portiuskaart 1625 met Sterrenbos en maliebaan (Palmage) in Belcrum. De Belcrumwarande was vanuit het kasteel direct te bereiken via een drietal bruggetjes en een laantje. (Bron: Nationaal Archief, 4.OPV, inv. nr. B198 )
  • Bron Rijksmuseum Amsterdam.  Detail  Kaart Beleg van Breda, 27 augustus 1624-5 juni 1625, door Jacques Callot, 1650 – 1691

Kaart Beleg van Breda, 27 augustus 1624-5 juni 1625, door Jacques Callot, 1650 – 1691. (Bron: Nationaal Archief, 4.OPV, inv. nr. B198 )

Deze buurt, de Belcrum, zag er 400 jaar geleden heel anders uit. In oude geschriften is te lezen dat het park in de Belcrum vanuit een achterpoort van het kasteel van Breda te bereiken was. De eigenaren van het park, de heren van Breda konden vanuit hun kasteel, over drie bruggetjes, langs de vestingen, het park bereiken. Maar dit was geen stadspark maar een warande, een jachtterrein.

Ook is de vorm van het Belcrumbos  met acht lanen die samenkomen op het centrale punt waar het speelhuis werd gebouwd nog duidelijk te herkennen. Deze vorm maakt duidelijk waarom het Belcrum bos ook wel sterrenbos werd genoemd.

Deze kaarten zijn gemaakt in 1625 tijdens de 80 jarige oorlog en het beleg van Breda. Het Belcrumbos werd in 1625 gekapt om vrij zicht te hebben vanuit de vesting en is op daardoor minder goed te zien. Ook zie je op de kaart dat polders rondom Breda onder water waren gezet ter verdediging.

In de etalage van Twins Kappers kun je zien wie de opdracht hebben gegeven voor de bouw van het speelhuis en waarom.

 

 

Locatie 4:   Twins kappers – Eigenaren speelhuis: Nassaus

 

Bodemvondst Breda

  • BR-02-83 4064 Breda Cingelstraat (oude stemcomplex), reliëf met tekst (R) omulus Romane Urbis
  • Vier generaties van de prinsen van Oranje. Van links naar rechts: Willem van Oranje (zittend), Maurits (met de rode sjerp), Willem II, Frederik Hendrik en Willem III.
  • Portret van Philips Willem (1554-1618), prins van Oranje. Michiel Janszoon van Mierevelt, ca. 1608. Coll. Rijksmuseum A’dam

Deze bodemvondst, een reliëf met een deel van het gezicht van een koning, is in 1983 opgegraven aan de Cingelstraat in de buurt van het kasteel van Breda sprak tot onze verbeelding. Wie is deze vorst? Wie was de eigenaar van het speelhuis?

De eigenaren van het speelhuis waren de prinsen van Oranje. In Breda begint de stamboom van de familie (Oranje-)Nassau die via prins Willem van Oranje doorgroeit naar koning Willem-Alexander en prinses Amalia. We zien hier een schilderij dat Pieter Nason schilderde rond 1660. Het hangt tegenwoordig in het Rijksmuseum in Amsterdam. Op het schilderij staan vier generaties van de prinsen van Oranje. Maar één van de zonen van oranje zijn ze vergeten. Zijn oudste zoon van Willem van Oranje Filips Willem staat niet op dit schilderij van de prinsen van Oranje. Filips Willem wordt vaak vergeten in lijsten van de Nassau’s. Hij is de drijvende kracht achter de aanleg van een nieuwe warande ten noorden van het kasteel. Samen met zijn halfbroer Maurits wilde Filips Willem bij Breda een park- en jachtcomplex aan te leggen dat even groot en mooi zou zijn als de warandes van andere vorsten in Europa.Maar voor hij zijn grootse plannen kan uitvoeren overlijdt Filips Willem in 1618. Na zijn dood liet hij zijn bezittingen na aan zijn halfbroer Maurits. Na de dood van Filips Willem laat Maurits de warandeplannen van zijn broer verder uitvoeren.

Bij de Belcrum Barbershop kun je te weten te komen over wat er gebeurde in het speelhuis.

 

 

Locatie 5 – Belcrum Barbershop – Wat gebeurde er in/ rond het speelhuis: Drinken 

 

  • Karrestraat steengoed kruik, baardman, 16e-17e eeuw (Keulen/Frechen)
  • Glas 307 Molenstraat drinkglas knobbelbeker vergelijkbaar met de vondst in het speelhuis.
  • Catharinastraat Kennedylaan ca 1600 steengoed kannetje met zoutglazuur ‘Westerwald’

 

Karrestraat steengoed kruik, baardman, 16e-17e eeuw (Keulen/Frechen)

Glas 307 Molenstraat drinkglas knobbelbeker vergelijkbaar met de vondst in het speelhuis.

Het Bourgondische hof in Brussel hét voorbeeld waaraan de Nassaus zich graag spiegelden. De Nassaus hadden hoge posities aan het hof van de Bourgondische hertogen en later aan het hof van keizer Karel V. De ontwikkeling van parken nabij hun kastelen en de inrichting van warandes paste bij een manier van leven om hun hoge, bijna koninklijke, status te benadrukken.  Als je dan zo’n warande en speelhuis had laten bouwen was het natuurlijk zaak om daar je invloedrijke contacten uit te nodigen voor de jacht en ook een drankje en een hapje.De etiquette in de 17e eeuw schreef voor dat gasten bij ontvangst altijd drank aangeboden kregen. Vaak was dit in de vorm van bier. Maar als de gastheer/ gastvrouw het zich kon veroorloven en de gast dezelfde of hogere sociale status had dan de gastheer of -vrouw dan kon er ook wijn worden aangeboden. Wijn, geïmporteerd uit Frankrijk, Italië en Duitsland, was populair en tijdens de diners in betere kringen werd menig glaasje geheven.

De grote kruik met baard die we hier zien is een baardmankruik en deze is gevonden in de karrestraat hier in Breda. Het is een vaak voorkomende bodemvondst in Nederland en geliefd voorwerp voor verzamelaars. De kruiken werden gebruikt om drank uit te schenken of grotere zoals deze om drank in te bewaren.  Glazen met knobbels, zoals hier te zien en ook bij de bodemvondst uit het speelhuis eerder op de route zijn bekend uit de 17e eeuw. Deze knobbels waren niet alleen een versiering. Omdat er vaak met de handen werd gegeten zorgde het voor een goede grip op het glas als je vette handen had.

Aan de overkant van de straat bij de kinderboekentuin kun je meer objecten zien over vermaak in en rond het speelhuis.

 

 

Locatie 6 –  Kinderboeken tuin – Jacht

  • Nieuwstraat 20-34 bord van Delfts faïence, rond 1700. Jachttafereel (NB: ander dan op plaatje boven)
  • Kloosterkazerne bord majolica. 1650-1700. Rand symmetrisch motief, vogel centraal

Nieuwstraat 20-34 bord van Delfts faïence, rond 1700. Jachttafereel (NB: ander dan op plaatje boven)

Kloosterkazerne bord majolica. 1650-1700. Rand symmetrisch motief, vogel centraal

In en rond het speelhuis werd veel gejaagd. De jacht op de verschillende soorten dieren werd gezien als vermaak. De manieren waarop in de 17e en 18e eeuw werd gejaagd is zeer dieronvriendelijk in onze moderne ogen. Van de Nassaus is bekend dat ze ook graag met valken jaagden op reigers. Omdat beide vogels aan elkaar gewaagd waren gaf dat een fraai gevecht in de lucht. De drijfjacht werd gebruikt voor Herten en zwijnen. Deze wilde dieren werden uit hun schuilplaatsen richting de jagers gedreven. Een nieuwe techniek daarvoor was de lakenjacht. In het jachtgebied werden lakens of zeilen opgehangen aan een frame. Deze lakens vormden een trechter die uitliep in een smalle straat met doeken aan beide zijden. Aan het einde van deze ‘straat’ stonden jagers op het aanstormende wild te wachten om ze af te schieten met kruisbogen of geweren.

De buit van de jacht was belangrijk voor de vleesvoorziening voor het kasteel. Het is bekend van het hof van de Nassaus in de zestiende eeuw dat er grote hoeveelheden vlees werden gegeten door de hovelingen. In een opgegraven stortkoker bij het kasteel van Breda met etensresten uit de keuken over de periode 1530- 1540 troffen archeologen resten aan van wild zwijn, edelhert, konijn en haas. Maar het overgrote deel van de botten in de stortkoker was afkomstig van weide- en watervogels. Deze voorliefde voor gevogelte is belangrijk zijn geweest voor de keuze voor de Belcrum voor de aanleg van de warande. Door de ligging aan de rivier Mark kon er in het gebied ook naar hartenlust naar vogels worden gejaagd.

 

 

Locatie 7 dé  Spellenwinkel – De maliebaan

 

 

 

Maliespel tussen Frederik V van de Palts en Frederik Hendrik van Oranje door Adriaen van de Venne, c. 1620-1626

Franse edelman, op de rug gezien, gekleed volgens de mode van ca. 1630, Abraham Bosse, naar Jean de Saint-Igny, 1629 – Zoeken – Rijksmuseum

 

Behalve jagen kon op de Belcrumwarande ook het maliespel worden gespeeld. De speelhuislaan is aangelegd als maliebaan. Op de kaart van Portius wordt deze baan aangeduid met de term Palmage. Op een maliebaan werd een voorloper van het golfspel gespeeld met een hamer met een lange steel en één rechte en één schuine zijde. Een maliebaan was 200 roeden lang (750 meter). Het was de bedoeling van het spel om met zo weinig mogelijk slagen met een houten bal naar het einde van de baan te slaan.

Het spel werd voor het eerst gespeeld aan het Franse hof in de zestiende eeuw. In heel Europa werd het spel populair ook in Londen (The Mall) en in Nederland (Maliebaan in Utrecht en Malieveld in Den Haag) zijn diverse maliebanen over gebleven die stammen uit de 17e eeuw. Kenmerkend zijn de lengte van rond de 750 meter en een dubbele rij bomen waartussen het spel werd gespeeld.

Het speelhuis werd in 1824 gesloopt en het park er omheen verdween begin 20e eeuw. De oude maliebaan is als de huidige Speelhuislaan hiermee het enige met het oog waarneembare overblijfsel van de historische Belcrumwarande. Als je tussen de bomen door loopt loop je over de historische maliebaan.

Bij de andere etalages van hier tot aan de Veestallen is meer te ontdekken over het Speelhuis

 

 

Locatie 8 – De Veestallen – Eten in het Speelhuis

  • Molenstraat oude vest roodbakkend aardewerk, 2 standlobben en worstoren, vetvanger (onder spit)
  • Catharinastraat Kennedylaan, spaarpot, 1550-1600, roodbakkend aardewerk, spaarpot: varken

 

Molenstraat oude vest roodbakkend aardewerk, 2 standlobben en worstoren, vetvanger (onder spit)

Catharinastraat Kennedylaan, spaarpot, 1550-1600, roodbakkend aardewerk, spaarpot: varken

Na het jagen of het spelen van het maliespel kregen de gasten natuurlijk wel trek. Het speelhuis had geen gastenkamers. Het kasteel van Breda was dichtbij en daar waren alle mogelijkheden om te logeren. Maar de ruimte in het speelhuis was groot genoeg voor een feestelijk diner. De tafelcultuur werd aan het begin van de 17e eeuw omgeven door sociale etiquette en rituelen. De gedekte tafel bij het diner was een podium om je maatschappelijke status te tonen. Daarbij kon indruk worden gemaakt met beschaafde beheersing van de tafelmanieren, de gerechten die werden geserveerd en de gebruikte tafellakens en schotels. Maar de gedekte tafel zag er anders uit dan nu. Het duurt tot het einde van de zeventiende eeuw voordat het eten met een vork echt ingeburgerd raakt. Er wordt gegeten met een mes, met de punt van het mes kon je stukken op prikken, of met de handen of met een homp brood

Wat zou er zijn gegeten in het speelhuis? De keuken in de 17e eeuw was heel anders dan de huidige keuken. Koken was hard werken, er bestonden nog geen bouillonblokjes, pakjes boter, voorgesneden groenten of vleeswaren. Alles moest zelf worden gekookt. In de 17e eeuwse keuken wordt daardoor zuinig omgegaan met eten. De bruine bak die hier te zien is, werd opgegraven in de Molenstraat en werd gebruikt als vetvanger onder het spit. Het vet dat uit vlees droop tijdens het braden kon zo later weer worden gebruikt worden voor het bedruipen van het vlees of voor saus of jus.

In de etalages van de Speelhuislaan van hier tot aan dé Spellenwinkel is meer te ontdekken over het oude speelhuis.